ECLI:NL:GHARN:2006:AV0822
Gerechtshof Arnhem · 24-01-2006 · zaaknummer 2005/620
Inhoudsindicatie
In hoger beroep is uitsluitend de bewijsbaarheid van de vordering in conventie aan de orde. Voor de beoordeling van deze toewijsbaarheid is het navolgende van belang. Van Egdom heeft in juli 1999 met Drie D een overeenkomst gesloten betreffende de verkoop, levering en installatie door Van Egdom van twee glijbanen ten bedrage van in totaal € 72.749,95. Deze glijbanen zouden onderdeel vormen van een door Drie D in opdracht van (de Duitse vennootschap) Truma GmbH te bouwen zwembad. In de periode van 26 november 1999 tot 29 november 2000 heeft Van Egdom uit hoofde van voornoemde overeenkomst (in het Duits vertaalde en in DM omgerekende) facturen verzonden aan Truma, ten name van Drie D. Truma heeft in drie termijnen – in de periode van december 1999 tot september 2002 – het ter zake verschuldigde bedrag voldaan, met uitzondering van een restantbedrag van – na aftrek van korting - € 9.756,06. De kern van het geschil vormt de vraag of Drie D gehouden is voornoemd restantbedrag aan Van Egdom te voldoen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
