ECLI:NL:GHARN:2005:AS6401
Gerechtshof Arnhem · 17-02-2005 · zaaknummer W2005/008
Inhoudsindicatie
Beslissing op een verzoek tot wraking. De enkele omstandigheid dat de zaak van verzoeker wordt behandeld door een kamer van het hof, waarvan de leden reeds zitting hebben gehad in de zaken van de twee medeverdachten en ten laste van elk van hen bewezen heeft verklaard dat de desbetreffende verdachte de feiten heeft begaan tezamen met zijn medeverdachten, levert geen zwaarwegende aanwijzing op als hiervoor bedoeld. Het behoort immers tot de normale, wettelijke taak van de rechter die heeft te beslissen over de in de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering vermelde vragen, dat hij daarbij slechts oordeelt op de grondslag van hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting dienaangaande, en dat hij, hetgeen hij is te weten gekomen of heeft beslist in een andere zaak tegen een andere verdachte daarbij buiten beschouwing laat. Ook de omstandigheid dat de rechters in die andere zaak aan de beweerde geestesgesteldheid van de verdachte niet de consequenties hebben verbonden die naar de mening van verzoeker passend zou zijn geweest, leidt niet tot een ander oordeel.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
