ECLI:NL:GHARN:2004:AR8162
Gerechtshof Arnhem · 07-09-2004 · zaaknummer 03/582
Inhoudsindicatie
De Hoge Raad heeft ten slotte geoordeeld (onder 3.13) dat na verwijzing onder meer moet worden beoordeeld (a) of het feit dat [geïntimeerden] [appellant] in het water hebben gegooid, op het moment waarop zij dat deden (nog) in de lijn der verwachtingen lag mede gezien het feit dat [appellant] zich daartegen heeft verzet en (b) of dit in concreto als een gevaarlijke gedraging viel aan te merken, gelet op de mate waarin zij ermee rekening dienden te houden dat op de bodem van het water ter plaatse gevaarlijke obstakels aanwezig waren, in aanmerking genomen dat het wedstrijdwater nog even tevoren (zij het oppervlakkig) op obstakels was gecontroleerd.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
