ECLI:NL:GHARN:2004:AP0197
Gerechtshof Arnhem · 11-05-2004 · zaaknummer 03/773P
Inhoudsindicatie
Het hof gaat er in navolging van partijen van uit, dat het door [appellant] ondertekende stuk moet worden beschouwd als een pachtbeëindigingsovereenkomst. Het hof begrijpt uit datgene wat [appellant] in zijn memorie van grieven onder nr. 2 aanvoert, dat hij niet langer betwist dat er bij het sluiten van die overeenkomst van wilsovereenstemming sprake is geweest. Wel handhaaft hij zijn beroep op dwaling en misbruik van omstandigheden en bestrijdt hij de beslissing van de pachtkamer in eerste aanleg dat de beëindigingsovereenkomst feitelijk is uitgevoerd. Het hof zal deze standpunten achtereenvolgens beoordelen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
