ECLI:NL:GHARN:2002:1296
Gerechtshof Arnhem · 18-06-2002 · zaaknummer 2001/064 P
Inhoudsindicatie
Art. 2 lid 4 Pachtwet (thans art. 7:318 lid 2 BW). Van een feitelijke uitvoering van een pachtbeëindingsovereenkomst kan slechts sprake zijn indien uit feitelijke handelingen van beide partijen blijkt, dat de ene partij, de verpachter, het object niet meer ter beschikking houdt, terwijl de andere partij, de pachter geen gebruik meer van het object maakt. Deze situatie doet zich hier niet voor. In het onderhavige geval is slechts sprake van een eenzijdige handeling van de pachter, waarbij hij van het feitelijke gebruik van het gepachte afziet.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
