ECLI:NL:GHARL:2025:4263
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 09-07-2025 · zaaknummer 21-004657-24
Inhoudsindicatie
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen. De verdachte had redelijkerwijs moeten vermoeden dat de geldbedragen die op haar bankrekening werden gestort, afkomstig waren uit enig misdrijf. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat zij ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde feit volledig ontoerekeningsvatbaar was. Dit verweer is door het hof verworpen. Hoewel het hof op basis van de stukken van het dossier en dat wat ter zitting is gebleken vaststelt dat de verdachte rondom de periode van het tenlastegelegde feit verkeerde in een kwetsbare situatie, blijkt hieruit niet dat deze psychische problemen zodanig waren dat ze in de weg stonden aan het door de verdachte vrijelijk kunnen bepalen van haar wil. Gelet op het mediationtraject dat tussen de verdachte en aangeefster heeft plaatsgevonden, de schuldbewustheid en de proceshouding van de verdachte is het hof van oordeel dat het opleggen van een straf of maatregel in het specifieke geval geen doel meer dient. Het hof zal daarom volstaan met het schuldig verklaren van verdachte voor het door haar gepleegde feit, zonder dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een straf of maatregel.
Advocaten
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
