ECLI:NL:GHARL:2022:9505
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 08-11-2022 · zaaknummer 200.276.903
Inhoudsindicatie
Partijen strijden over de vraag of appellant pachter is van twee percelen van geïntimeerde. De pachtkamer heeft geoordeeld dat appellant wel pachter is van het ene perceel maar niet van het andere. Het hof heeft in het tussenarrest beslist dat beide percelen zijn verpacht. Omdat geïntimeerde betwist heeft dat appellant de pachter is, is appellant in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat hij de pachter is (en niet zijn zoon). Na getuigenverhoren en de memories van partijen oordeelt het hof dat appellant heeft bewezen dat hij de pachter is. Daarom legt het hof de pachtovereenkomst tussen partijen vast voor beide percelen.
Advocaten
- A.H.M.C. Coppens
- P.J.W.M. Theunissen
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
