ECLI:NL:GHARL:2022:65
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 04-01-2022 · zaaknummer 200.304.096/01
Inhoudsindicatie
Verhuurder vraagt in kort geding een veroordeling van een huurder tot ontruiming omdat hij de woning heeft verkocht en het een tijdelijk huurcontract op grond van de Leegstandswet is. De kantonrechter heeft de vordering toegewezen en de huurder veroordeeld om de woning te ontruimen. De huurder heeft hoger beroep aangetekend, maar de verhuurder wil de uitkomst daarvan niet afwachten. Daarom vraagt de huurder aan het hof om de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis te schorsen. Het hof wijst deze vordering toe. Het hof overweegt dat op korte termijn (binnen drie maanden) in de hoofdzaak een beslissing kan worden genomen. Voor het hof is niet gebleken dat de verhuurder dat niet zou kunnen afwachten. Aan de andere kant is het aannemelijk dat de huurder niet snel andere woonruimte zal kunnen vinden. Hierdoor wordt de huurder ook in zijn privebelangen (co-ouderschap) getroffen. Dat het koopcontract inmiddels is getekend, is voor het hof niet doorslaggevend. Het contract is pas getekend nadat de huurder hoger beroep heeft aangetekend én schorsing van het vonnis heeft gevraagd. De verhuurder heeft niet onderbouwd waarom de kopers het hoger beroep niet zouden kunnen afwachten, waar zij dat in eerste aanleg nog wel deden. Het ontruimingsvonnis is daarom geschorst door het hof. Dat betekent dat de huurder de uitkomst van het hoger beroep in zijn woning mag afwachten.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
