ECLI:NL:GHARL:2020:6178
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 04-08-2020 · zaaknummer 200.175.438/01
Inhoudsindicatie
Huurster verblijft in verband met mantelzorg van haar partner, met wie zij een LAT-relatie heeft, gedurende enkele jaren eerst slechts sporadisch en daarna gedurende ongeveer de helft van de tijd in de door haar gehuurde woning. Het hof beantwoordt de vraag of huurster tekortschiet in haar verplichting het gehuurde zelf te bewonen en er haar hoofdverblijf te hebben ontkennend. De vordering tot ontbinding is niet op deze grondslag toewijsbaar. In een eerder arrest heeft het hof al beslist dat ook de andere aangevoerde grondslag - overlast door geblaf van honden – de vordering tot ontbinding niet kan dragen.
Advocaten
- B. Eskes
- D.H. de Witte
- H. de Hek
- J.M. Rowel-van der Linde
- T. Mulder
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
