ECLI:NL:GHARL:2020:585
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 23-01-2020 · zaaknummer 200.270.550/01
Inhoudsindicatie
Verzoeker, die klager is in een artikel 12 Sv-procedure, is ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking. De door de gewraakte raadsheer genomen onjuiste procedurele beslissingen zijn niet zodanig onbegrijpelijk dat daaraan geen ander motief ten grondslag kan liggen dan vooringenomenheid, althans dat die schijn redelijkerwijs is gewekt. Ook uit de door verzoeker aangehaalde opmerkingen van de gewraakte raadsheer valt geen vooringenomenheid af te leiden. De door verzoeker gestelde vrees is daarvoor niet objectief gerechtvaardigd. Het verzoek tot wraking wordt afgewezen. Wel is sprake geweest van een ongelukkige gang van zaken en een onvolledige behandeling in raadkamer. De wrakingskamer beveelt aan dat de klacht van verzoeker nogmaals in raadkamer wordt behandeld en geeft de met beslissing belaste meervoudige kamer in overweging de behandeling in raadkamer aan één van de andere leden van het hof op te dragen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
