ECLI:NL:GHARL:2020:4296
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20-05-2020 · zaaknummer 200.277.176
Inhoudsindicatie
Vernietiging faillissement. Het vorderingsrecht van de aanvraagster van het faillissement ter zake een arbeidsrelatie met de voormalige VOF van appellant is in hoger beroep (alsnog) - ondanks een andersluidende conclusie in een onderzoeksrapport van het UWV - niet voldoende komen vast te staan. Omdat appellant bij de rechtbank weliswaar verweer op dit punt heeft gevoerd, maar daaraan tevens een onjuiste stelling koppelde op grond waarvan de rechtbank dat verweer verwierp, ziet het hof aanleiding de - overeenkomstig de opgave van de curator - vast te stellen faillissementskosten (artikel 15 lid 3 Fw) ten laste van appellant te brengen en is er anderzijds geen aanleiding geïntimeerde (aanvraagster van het faillissement) in de proceskosten te veroordelen.
Advocaten
- G. Yousef
- N.J.H. Leferink
- R. van Ederen
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
