ECLI:NL:GHARL:2020:4295
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14-04-2020 · zaaknummer 200.275.069
Inhoudsindicatie
Vernietiging faillissement. Het vorderingsrecht van de aanvraagster van het faillissement ter zake een arbeidsrelatie met de voormalige VOF van appellante is in hoger beroep (alsnog) - ondanks een andersluidende conclusie in een onderzoeksrapport van het UWV – niet voldoende komen vast te staan. Omdat appellante bij de rechtbank geen verweer op dit punt heeft gevoerd, ziet het hof aanleiding de - overeenkomstig de opgave van de curator - vast te stellen faillissementskosten (artikel 15 lid 3 Fw) ten laste van appellante te brengen en is er anderzijds geen aanleiding geïntimeerde (aanvraagster van het faillissement) in de proceskosten te veroordelen.
Advocaten
- H.J.M. van Denderen
- N.J.H. Leferink
- R. van Ederen
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
