ECLI:NL:GHARL:2019:5152
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20-06-2019 · zaaknummer WAHV 200.219.082
Inhoudsindicatie
Artikel 6:5 en 6:6 Awb. Gronden van het beroep bij de officier van justitie blijven achterwege. De op de zaak betrekking hebbende stukken a.b.i. artikel 7:18, vierde lid, Awb zijn aan de betrokkene toegezonden. Ondanks dat de betrokkene niet in het bezit was van alle stukken als gevraagd in het Wob-verzoek, had de betrokkene de gronden van het beroep moeten en kunnen opgeven. De officier van justitie heeft het beroep terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet herstellen van het verzuim om gronden in te dienen. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, kon de officier van justitie het horen achterwege laten.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
