ECLI:NL:GHARL:2019:3580
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 23-04-2019 · zaaknummer 200.237.602
Inhoudsindicatie
Ontbinding en ontruiming gehuurde, kort geding. (ver)Huur zelfstandige woonruimte. Voor de beantwoording van de vraag of het gebruik van de 2e etage al of niet moet worden aangemerkt als gebruik van zelfstandige woonruimte, moet worden onderzocht hetgeen partijen, mede in aanmerking genomen de inrichting van het verhuurde, omtrent het gebruik daarvan voor ogen heeft gestaan. Hierbij is niet zonder meer beslissend de wijze waarop dit gebruik in de overeenkomst is omschreven of gekwalificeerd, nu het aankomt op de zin die verhuurder en huurder in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen uit de overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. In dat kader is onder meer van belang dat partijen volgens de tekst van de overeenkomst het (ver)huren van een zelfstandige woonruimte zijn overeengekomen. Verder komt betekenis toe aan de omstandigheid dat partijen hebben beoogd om de feitelijke situatie door middel van een verbouwing ook te laten aansluiten op de verhuur van zelfstandige woonruimte. Dat deze voorzieningen uiteindelijk (nog) niet zijn gerealiseerd, neemt niet de intentie die partijen voor ogen stond ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst weg. Hier staat tegenover dat de verhuurde ruimte mogelijk niet kan worden aangemerkt als zelfstandige woonruimte in de zin van artikel 7:234 BW, maar dat laat naar het voorlopig oordeel van het hof de mogelijkheid onverlet dat geïntimeerde redelijkerwijs heeft mogen verwachten dat het huurbeschermingsregime dat bij de (ver)huur van zelfstandige woonruimte in de zin van artikel 7:234 BW hoort op de overeenkomst van toepassing was. Immers, het beginsel van contractsvrijheid brengt mee dat het partijen vrij staat een strenger huurbeschermingsregime van toepassing te laten zijn op een tussen hen bestaande huurrelatie dan waartoe de feitelijke situatie aanleiding geeft.
Advocaten
- A.B.M. Pessers
- C. Hoog
- H.E. de Boer
- R. Vleugel
- S.B. Boorsma
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
