ECLI:NL:GHARL:2018:8161
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12-09-2018 · zaaknummer 21-001340-13
Inhoudsindicatie
Aan de verdachte (een leverancier van kassasystemen) is – kort gezegd – ten laste gelegd het medeplegen van, dan wel medeplichtigheid aan het doen van valse belastingopgaven door verschillende (rechts)personen (afnemers van kassasystemen) in verschillende jaren en valsheid in geschrift. Het hof spreekt de verdachte, overeenkomstig de eis van de advocaat-generaal en het standpunt van de verdediging, vrij van het ten laste gelegde “medeplegen” nu niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van de daarvoor vereiste mate van nauwe en bewuste samenwerking. Het hof omschrijft de werking van het door verdachte geleverde kassasysteem, en met name de daarin opgenomen module waarmee retourboekingen in het systeem kunnen worden verborgen. Hierna stelt het hof ten aanzien van ieder onderdeel van de onder 1, 2 en 3 subsidiair ten laste gelegde gedragingen vast dat het enkele gebruik door derden van het door verdachte geleverde kassasysteem op zichzelf onvoldoende is om tot een bewezenverklaring van medeplichtigheid aan belastingfraude of valsheid in geschrift door die derden te komen. Vervolgens stelt het hof dat niet kan worden vastgesteld dat het systeem door de verschillende klanten binnen de ten laste gelegde periode is verkocht, noch welke medewerker van het bedrijf van verdachte bij die verkoop was betrokken. Evenmin kan worden vastgesteld welke informatie over de werking van het systeem bij gelegenheid van de verkoop is verstrekt. Een aantal ‘medeplichtigheidshandelingen’ vond plaats voor de ten laste gelegde periode, voor een enkele handeling is geen bewijs te vinden en ten aanzien van het plegen van onderhoud en het verlenen van service geldt dat dit op grond van een overeenkomst ook in de ten laste gelegde periode geschiedde, maar hieruit volgt niet dat daarmee een concrete bijdrage werd geleverd aan het ten laste gelegde. Ten slotte kan ten aanzien van een van de klanten worden vastgesteld dat gedurende de ten laste gelegde periode de verborgen retourboekfunctie door een medewerker van verdachte is aangezet en dat over die functie informatie is verstrekt aan die klant. Ten aanzien daarvan kan echter niet worden vastgesteld of verdachte deze handelwijze van haar werknemer gedoogde. Wel bevat het dossier contra-indicaties voor de vraag of het handelen van de medewerker door verdachte (in de ten laste gelegde periode) werd aanvaard. Dit brengt mee dat het handelen van de medewerker niet aan verdachte kan worden toegerekend. Daarop volgt vrijspraak van het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 subsidiair ten laste gelegde.
Advocaten
- E.D. Postema
- G.M. Boezelman
- J. Hoekman
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
