ECLI:NL:GHARL:2018:48
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 02-01-2018 · zaaknummer 200.185.047
Inhoudsindicatie
Kwalificatie hoevepacht; artikel 7:313 BW. Pachter stelt dat hij bij aanvang niet alleen tuinbouwgrond maar ook een schuur in gebruik heeft gekregen waardoor sprak zou zijn van hoevepacht. Het Hof oordeelt dat het aankomt op uitleg. Pachter heeft niet (voldoende) gesteld dat in de pachtvergoeding tevens een vergoeding begrepen zat voor het gebruik van de schuur - vereist voor de kwalificatie hoevepacht. Ook overigens heeft pachter onvoldoende toegelicht dat de schuur was mede begrepen in de afspraak tussen pachter en verpachter over het gebruik.
Advocaten
- J.H. van Vliet
- L.G.C.M. de Wit
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
