ECLI:NL:GHARL:2018:3402
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12-04-2018 · zaaknummer WAHV 200.190.237
Inhoudsindicatie
De pretense gemachtigde in de procedure bij de officier van justitie was - gelet op artikel 9, eerste lid, van de Wahv - beroepsgerechtigd om beroep in te stellen bij de kantonrechter. De kantonrechter kon dan ook geen schriftelijke machtiging verlangen in de procedure bij de kantonrechter. Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en beoordeelt het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard, zodat het beroep daartegen ongegrond is. De officier van justitie mocht terecht afzien van het horen van de pretense gemachtigde, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was. Er is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, omdat niet is gebleken dat aan een derde beroepsmatige rechtsbijstand is verleend.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
