ECLI:NL:GHARL:2018:3329
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10-04-2018 · zaaknummer 200.149.031/01
Inhoudsindicatie
Arbeidszaak. Ontbinding beëindigingsovereenkomst (vaststellingsovereenkomst) vanwege een tekortkoming van de werkgever in de nakoming van zijn verplichtingen uit die overeenkomst, te weten schending van het beding om zich niet negatief over elkaar uit te laten. De uit de ontbinding voortvloeiende ongedaanmakingsverplichting omvat de verplichting van de werkgever om zijn medewerking te verlenen aan het herstel van de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst. Het niet nakomen van die verplichting levert een toerekenbare tekortkoming op en maakt de werkgever schadeplichtig. Die schade van de werknemer bestaat uit gederfd inkomen tot aan de datum waarop de (herstelde) arbeidsovereenkomst geëindigd zou zijn. Dat is in dit geval de datum waarop de kantonrechter de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk heeft ontbonden. Tevens omvat die schade het derven van de ontbindingsvergoeding die de kantonrechter daarbij aan de werknemer heeft toegekend. In die ontbindingsvergoeding moeten alle omstandigheden van het geval geacht worden te zijn meegewogen, zodat daarnaast niet nog aanspraak bestaat op aanvullende (immateriële) schadevergoeding.
Advocaten
- F.J. Landstra
- G.W. Brouwer
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
