ECLI:NL:GHARL:2018:2683
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20-03-2018 · zaaknummer 200.202.642/01
Inhoudsindicatie
Huur. De huurcommissie heeft de maandelijkse huur verlaagd totdat de vochtproblemen in de woning zijn opgelost. De verhuurder heeft op de voet van artikel 7:262 lid 1 BW tijdig bij de kantonrechter de vaststelling van de huurprijs gevorderd. Die procedure is geëindigd nadat de verhuurder met verschillende van haar huurders, waaronder de betrokken huurder, een minnelijke regeling had bereikt over de vochtoverlast. Die regeling hield een minder vergaande verlaging in van de huurprijs en bovendien vanaf een latere datum dan de huurcommissie in het geval van de betrokken huurder had vastgesteld. De betrokken huurder stelt zich op het standpunt dat een redelijke wetsinterpretatie met zich brengt dat de beslissing van de huurcommissie niet is komen te vervallen, nu de kantonrechter niet tot een inhoudelijk oordeel is gekomen. Dat standpunt wordt verworpen.
Advocaten
- E.T. van Dalen
- J.V. van Ophem
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
