ECLI:NL:GHARL:2018:231
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 09-01-2018 · zaaknummer 200.222.749/01
Inhoudsindicatie
Huurzaak. Partijen hadden oorspronkelijk de bedoeling om contractuele medehuurders van een woning te worden. De huurovereenkomst is uiteindelijk echter alleen op naam van een van de partijen gezet. Die oorspronkelijke bedoeling van contractueel medehuurderschap is daardoor niet gerealiseerd. Partijen zijn wel beiden gebruikers geworden van de woning en hebben onderling afgesproken de huurlasten te delen. De rechtsverhouding tussen partijen dient dan in beginsel te worden gekwalificeerd als een (onder)huurovereenkomst. Daarop is de dwingendrechtelijke regeling van huuropzegging van toepassing (art.7:271 BW). De onderhuurster heeft de (onder)huur daarom rechtsgeldig kunnen opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van een maand. De stelling van de (onder)verhuurster dat sprake was van een niet opzegbare duurovereenkomst van onbepaalde tijd dient te worden verworpen. Die stelling verdraagt zich niet met wat over huuropzegging (dwingendrechtelijk) is bepaald.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
