ECLI:NL:GHARL:2018:2289
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 09-03-2018 · zaaknummer WAHV 200.210.816
Inhoudsindicatie
Verzetprocedure. Officiersappel. De betrokkene heeft niet tijdig de sanctie betaald, zodat de verhogingen in overeenstemming met artikel 23, tweede lid, en artikel 25, eerste lid, Wahv zijn toegepast. Nu de wetgever zowel de hoogte van het sanctiebedrag als de wijze waarop verhogingen plaatsvinden heeft bepaald, staat het de rechter in de verzetprocedure niet vrij zich een oordeel te vormen over de billijkheid van de door de wetgever vastgestelde verhogingen. De kantonrechter kon daarom niet overwegen dat de opgelegde verhogingen onredelijk hoog waren. De niet-tijdige betaling van de sanctie door de betrokkene heeft plaatsgevonden met een en/of rekening die mede op naam van de betrokkene staat. Gelet hierop kan het hof de officier van justitie niet volgen in zijn stelling dat het niet is gelukt verhaal te nemen op het bij het CJIB bekende rekeningnummer, omdat het niet op naam van de betrokkene stond maar van een derde. Dit brengt mee dat het dwangbevel - om andere redenen dan de rechtbank heeft overwogen - ten onrechte is uitgevaardigd. Een dwangbevel kan immers eerst rechtsgeldig worden uitgevaardigd nadat de beschikking waarbij de administratieve sanctie is opgelegd tot verhaal waarvan het dwangbevel moet dienen, onherroepelijk is geworden en nadat de voor een betrokkene goedkopere weg van het verhaal zonder dwangbevel niet is kunnen slagen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
