ECLI:NL:GHARL:2018:1520
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15-02-2018 · zaaknummer WAHV 200.190.905
Inhoudsindicatie
Het beroepschrift tegen de beslissing van de officier van justitie bevat geen gronden. Door de gemachtigde is niet verzocht om een termijn voor het indienen van gronden. Geen rechtsregel schrijft voor dat de kantonrechter in dat geval een termijn moet geven voor het indienen van gronden. Artikel 6:6 Awb, waaraan de gemachtigde refereert, verplicht slechts om een termijn te geven voor het herstellen van een verzuim, wanneer de kantonrechter gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Die situatie doet zich hier niet voor, aangezien de kantonrechter het beroep ongegrond heeft verklaard. De gemachtigde heeft voldoende gelegenheid gehad tot het indienen van gronden, maar heeft er zelf voor gekozen om daarvan geen gebruik te maken. Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
