ECLI:NL:GHARL:2018:11073
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 18-12-2018 · zaaknummer 200.225.645
Inhoudsindicatie
Medepacht, billijkheid. Ontbinding wegens tekortkomingen. 7:364 en 376 BW. Verpachter stelt dat de pachter zijn rechtsvoorganger heeft bewogen tot aangaan van een reguliere overeenkomst terwijl deze geestelijk niet ion orde was. Voor zover deze omstandigheid meeweegt bij de billijkheid in het kader van de gevorderde medepacht, overweegt het hof dat onvoldoende is aangevoerd om aan te kunnen nemen dat de pachter jegens de rechtsvoorganger van verpachter onoorbaar heeft gehandeld. Aan de vraag of de billijkheid mee zou brengen dat zijn zoon op die grond niet kan worden aangemerkt als medepachter, komt het hof niet toe. Er zijn verder geen tekortkomingen die beëindiging van de pachtovereenkomst rechtvaardigen. Het hof bekrachtigt het vonnis waarin in conventie de zoon is aangemerkt als medepachter en in conventie en reconventie het meer of anders gevorderde, waaronder de ontbinding van de pachtovereenkomst, is afgewezen.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
