ECLI:NL:GHARL:2017:9996
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14-11-2017 · zaaknummer 200.122.210/01
Inhoudsindicatie
Begroting van de schade die is geleden doordat oorspronkelijk gedaagde (G) niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit hoofde van een door hem aan oorspronkelijk eiseres (E) verleende koopoptie op een horecapand. Door het verzuim van G heeft de levering van het pand aan E enkele jaren laten plaatsgevonden dan het geval zou zijn geweest indien G wel aan zijn verplichtingen zou hebben voldaan. Bij de begroting van de schade dient de situatie bij tijdige nakoming van de verplichtingen te worden vergeleken met de feitelijke situatie. Bewijslast van het bestaan en de omvang van de schade in beginsel liggen bij E. Voor zover het betreft schadeposten die een hypothetisch karakter dragen mogen in dit verband aan E geen al te strenge eisen worden gesteld, nu G door zijn tekortschieten aan E de mogelijkheid heeft ontnomen om zekerheid te verschaffen over wat zou zijn gebeurd in de hypothetische situatie dat G zijn verplichtingen uit de koopoptie wel juist zou zijn nagekomen. Het komt bij de beoordeling van die schadeposten aan op hetgeen daaromtrent redelijkerwijs te verwachten valt, waarbij de goede en kwade kansen dienen te worden afgewogen. Bij die afweging heeft de rechter een aanzienlijke mate van vrijheid. Bij de beoordeling van wat in die periode van vertraging redelijkerwijs verwacht had mogen worden kan, gelet op inmiddels verstreken tijdsverloop, mede worden betrokken wat zich na de levering van die eigendom heeft voorgedaan.
Advocaten
- A.E.F. Hillen
- A.W. Jongbl
- H.J. Meijer
- O.E. Mulder
- P.T. Bakker
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
