ECLI:NL:GHARL:2017:8668
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 05-10-2017 · zaaknummer WAHV 200.182.260
Inhoudsindicatie
Tot op heden werd de stelling 'ik ben niet staande gehouden' en 'ik ben niet opgewacht ter aanhouding' door het hof opgevat als een verweer ter zake van het niet staande houden als bedoeld in de uitspraak van de Hoge Raad van 14 maart 2000, Verkeersrecht 2000, 148. Thans is het hof van oordeel dat voornoemde opmerkingen niet zijn aan te merken als een verweer ter zake van het niet staande houden, omdat daaruit niet blijkt dat de betrokkene meent dat ten onrechte geen staandehouding heeft plaatsgevonden. Aan de enkele constatering dat geen staandehouding heeft plaatsgevonden door de verbalisant zal het hof voortaan voorbijgaan.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
