ECLI:NL:GHARL:2017:8346
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 22-09-2017 · zaaknummer 21-006401-15
Inhoudsindicatie
Het hof is van oordeel dat uit voormelde omstandigheden volgt dat niet zonder gerede twijfel kan worden vastgesteld dat verdachte en zijn medeverdachten op enig moment een besluit hebben genomen (voorbedachte raad) om het slachtoffer van het leven te beroven, dat er aanwijzingen zijn voor contra-indicaties voor een dergelijk besluit en dat daaraan een zwaarder gewicht moet worden toegekend dan uitsluitend aan de omstandigheid dat voor de verdachte tijd en gelegenheid heeft bestaan om zich te beraden. Immers, dat beraden is in het kader van de voorbedachte raad alleen dan van doorslaggevende betekenis indien dit beraad betrekking heeft op het tevoren genomen of het te nemen besluit en na te denken over de betekenis en de gevolgen van hun voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Er bevinden zich onvoldoende aanwijzingen in het dossier dat een dergelijk beraad heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat niet kan worden bewezen verklaard dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld. Het hof spreekt verdachte derhalve vrij van (medeplegen van) poging tot moord.
Advocaten
- J.M. van Westerlaak
- J.W.M. Grimbergen
- S.F.W. van 't Hullenaar
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
