ECLI:NL:GHARL:2017:5539
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24-05-2017 · zaaknummer 200.212.997
Inhoudsindicatie
Faillissement hoofdelijk medeschuldenaar De enkele omstandigheid dat de schuldeiser als schuldeiser een recht van hypotheek heeft op een aan de schuldenaar toebehorend goed, neemt zijn bevoegdheid niet weg om, indien de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, diens faillietverklaring te verzoeken (HR 29 november 1968, NJ 1969/260, HR 18 juni 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4412 , NJ 1983/1 en HR 10 mei 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2076, NJ 1996/524). Dat de vordering van De schuldeiser een van de bank overgenomen vordering betreft maakt dat niet anders. De bijzondere zorgplicht van een bank brengt niet zonder meer met zich dat zij ten opzichte van een hoofdelijk (mede)schuldenaar gehouden is eerst de bestaande zekerheden uit te winnen alvorens het faillissement aan te vragen.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
