ECLI:NL:GHARL:2017:3338
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 19-04-2017 · zaaknummer WAHV 200.181.637
Inhoudsindicatie
Niet is verzocht om te worden gehoord door de betrokkene, omdat hij gelet op de inadequate tekst op de inleidende beschikking geen gebruik wilde maken van de mogelijkheid om telefonisch te worden gehoord en veronderstelde dat een hoorzitting in persoon zou plaatsvinden. Telefonisch horen is - tenzij daarover overeenstemming is bereikt - geen volwaardig alternatief voor een hoorzitting. Gelet hierop kon de officier van justitie op grond van artikel 7:17, sub d, Awb niet afzien van het horen van de betrokkene. Verder: op de zaak betrekking hebbende stukken a.b.i. artikel 7:18, vierde lid, Awb en Wob-verzoek. Bevoegdheid verbalisant. Rechtmatigheid van trajectcontrole. Schending redelijke termijn van berechting en vergoeding van immateriële schade.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
