ECLI:NL:GHARL:2017:2935
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 04-04-2017 · zaaknummer 200.178.130
Inhoudsindicatie
Vastlegging pachtovereenkomst, procespartijen. Mondelinge medepacht. 7:317, 7:367 BW. In conventie vorderen vermeend pachters (vader en zoon) vastlegging en in reconventie vorderen de verpachters (erfgenamen) ontbinding. Ten aanzien van een vordering tot vastlegging dienen alle bij die rechtsverhouding betrokken partijen in het geding te worden betrokken. Twee van de erfgenamen hebben zich in eerste aanleg uitsluitend gevoegd in de procedure in reconventie. Dat zij op de hoogte zijn van de vordering in conventie en in eerste aanleg ter comparitie zijn verschenen, maakt hen geen partij bij de vordering in conventie (vergelijk Hoge Raad 21 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2904). Vader is pachter maar hij heeft de zeggenschap over het bedrijf, de gronden en zijn pachtrechten overgedragen aan zijn zoon zodat hij als pachter tekortschiet. Voor de stelling dat sprake is van (mondelinge) instemming met (mede)pacht door de zoon is onvoldoende gesteld. Zoon is geen pachter. De ontbinding van de pachtovereenkomst wordt bekrachtigd.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
