ECLI:NL:GHARL:2017:2674
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 28-03-2017 · zaaknummer 200.176.426/01
Inhoudsindicatie
Hof merkt een opgeworpen incident tot “uitlaten hoedanigheid ex artikel 2:19 BW” aan als te zijn gericht op de vraag welke materiële procespartij als wederpartij beschouwd dient te worden. Nu de procedure tegen de betreffende rechtspersoon is aangevangen voor het tijdstip van haar ontbinding en van de vereffening van haar vermogen, kan de procedure tegen de rechtspersoon worden voortgezet, mede in volgende instanties, ook indien de vereffening van haar vermogen inmiddels is geëindigd en daarvan opgaaf is gedaan door de vereffenaar aan de registers overeenkomstig artikel 2:19 lid 6 BW. De procedure wordt voortgezet op naam van de rechtspersoon, doch met de toevoeging “in liquidatie”. De vordering tot zekerheidstelling wordt voorts afgewezen.
Rechters
Advocaten
- F. van der Hoef
- M.R.P. Ossentjuk
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
