ECLI:NL:GHARL:2017:1671
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 27-02-2017 · zaaknummer 21-006905-15
Inhoudsindicatie
Het latere slachtoffer probeerde meermalen te schieten op verdachte met een vuurwapen, dat telkens weigerde, hield verdachte onder schot met dit vuurwapen en dreigde verbaal verdachte door het hoofd te schieten, waarna het slachtoffer zelf werd doodgeschoten door de medeverdachte. Vervolgens hielp verdachte de medeverdachte het lijk van het slachtoffer weg te voeren en weg te maken. Naar het oordeel van het hof is het voldoende aannemelijk geworden dat er ten tijde van het wegvoeren en wegmaken van het lijk sprake was van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden. Voorts is niet gebleken dat de verdachte zich heeft gebracht in de situatie waarin die drang op hem is uitgeoefend. Het beroep van verdachte op psychische overmacht wordt gehonoreerd.
Advocaten
- J. van Spanje
- K. Tunç
- K. van Laarhoven
- R.J.H. van der Wal
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
