ECLI:NL:GHARL:2017:1542
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 21-02-2017 · zaaknummer 200.208.719/01
Inhoudsindicatie
In eerste aanleg is de huurder veroordeeld tot ontruiming van de woning. Hangende hoger beroep heeft de huurder bij wege van incident schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het veroordelende vonnis in eerste aanleg gevraagd. De incidentele vordering is door het hof beoordeeld op de voet van art. 351 Rv. Dit heeft geleid tot afwijzing van de vordering. In de woning is een hoeveelheid verdovende middelen gevonden die het vermoeden rechtvaardigt dat sprake is van handel (door een zoon van de huurder). Voor de kantonrechter was dat voldoende om tot ontbinding van de huurovereenkomst over te gaan en de huurder te veroordelen tot ontruiming van de woning over te gaan. Het hof heeft de belangen gewogen bij (voortzetting van de) tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter. Het belang van de verhuurder is het vrijwaren van omwonenden van overlast door drugshandel. Dat belang weegt volgens het hof zwaarder dan het belang van de huurder om in de woning te kunnen blijven totdat het hof eindarrest heeft gewezen. Hierbij heeft het hof meegewogen dat de verhuurder wel een andere woning wilde aanbieden aan de huurder, maar zonder de zoon.
Advocaten
- A. Speksnijder
- W.E.A. Stegeman
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
