ECLI:NL:GHARL:2016:9851
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 06-12-2016 · zaaknummer 200.156.109/01
Inhoudsindicatie
Opzegging door bank van een kredietovereenkomst. Maatstaven van HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2929 en HR 10 juni 2016; ECLI:NL:HR:2016:1134. Naar het oordeel van het hof heeft de bank onder de gegeven omstandigheden overhaast gehandeld en is zij in strijd met de op haar rustende zorgplicht en zonder rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van haar rekeninghouder op basis van een onvolledig beeld tot onmiddellijke beëindiging van de kredietrelatie overgegaan. Echter geen schade voor directeur/aandeelhouder van de kredietnemer, anders dan zogenaamde afgeleide schade (HR 2 december 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1564; NJ 1995, 288, Poot/ABP). Ook geen schade in hoedanigheid van hoofdelijk verbonden medeschuldenaar, nu zijn gehoudenheid het krediet terug te betalen rechtsreeks voortvloeit uit het zijn van mededebiteur en hij, de onterechte opzegging weggedacht, ook op willekeurig welk ander moment door de bank na een regelmatige opzegging van het krediet hiertoe had kunnen worden aangesproken.
Rechters
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
