ECLI:NL:GHARL:2016:8589
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25-10-2016 · zaaknummer 200.167.499
Inhoudsindicatie
In het algemeen zullen de oprichters/aandeelhouders er in beginsel van uitgaan en er op mogen vertrouwen dat daarmee ook alle risico’s exclusief zijn ondergebracht in de op te richten besloten vennootschap, zoals gedaagde-oprichter bij wege van bevrijdend verweer aanvoert, tenzij partijen uitdrukkelijk anders zijn overeengekomen, zoals eiseres-oprichter aanvoert. De stelplicht en bewijslast van dit bevrijdend verweer rusten op gedaagde-oprichter. Aangezien voormeld uitgangspunt echter de normale situatie betreft en de gestelde afwijkende afspraak een, zelden voorkomende, uitzondering, levert dit een vermoeden op voor de juistheid van het verweer van de gedaagde-oprichter, waartegen eiseres-oprichter tegenbewijs (ter ontzenuwing) mag leveren.
Advocaten
- J.J. Degenaar
- M.R. Vossen
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
