ECLI:NL:GHARL:2016:5486
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 05-07-2016 · zaaknummer 200.174.145
Inhoudsindicatie
Schadestaatprocedure. Art. 6:162 en 6:97 BW Appellante heeft aan haar schadebegroting ten grondslag gelegd dat zij het door haar gekochte perceel van geïntimeerde in de periode van juni 2008 tot en met maart 2009 nodig had om daarover de ontgrondingslocatie te kunnen bereiken met haar vrachtwagens. De door haar gestelde schade vloeit voort uit het feit dat zij door het onrechtmatige voortgezet gebruik van geïntimeerde gedurende deze periode de locatie niet kon bereiken en dus niet kon ontgronden. Het hof oordeelt dat het causale verband tussen het onrechtmatig gebruik van het perceel en de onmogelijkheid de ontgrondingslocatie te bereiken niet aanwezig is, nu de locatie in droge perioden zonder meer en als onvoldoende weersproken ook in natte perioden met (voorziene) aanpassingen bereikbaar was. De schadevordering wordt afgewezen.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
