ECLI:NL:GHARL:2016:3832
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17-05-2016 · zaaknummer 200.156.378
Inhoudsindicatie
7:311 BW en 6:248 lid 1 BW Voergeldovereenkomst en slachtrechten/toeslagrechten. Rosékalvermester huurt schuren van rundveehouder. De kalveren komen op UBN rundveehouder. Tijdens de looptijd draagt de rundveehouder steeds de slachtpremies over. Na afloop van de overeenkomst vraagt rundveehouder toeslagrechten aan. Aan wie komen die toe? Hof merkt de voergeldovereenkomst aan als pachtovereenkomst. Uit hetgeen partijen hebben afgesproken over de slachtpremies en de grondslag en strekking van de toeslagrechten vloeit verder voort, dat de redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding van partijen mede bepalen, vereisen dat de toeslagrechten toekomen aan de kalvermester (pachter). Het enkele feit dat de toeslagrechten pas ontstonden en konden worden aangevraagd na het einde van de rechtsverhouding, legt onvoldoende gewicht in de schaal om anders te oordelen.
Advocaten
- A.M. Rottier
- J.H.M. Linssen
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
