ECLI:NL:GHARL:2016:3611
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10-05-2016 · zaaknummer 200.166.852/01
Inhoudsindicatie
“Procedure ex artikel 438 lid 4 Rv. Deurwaarder legt executiegeschil aan voorzieningenrechter voor. Geïntimeerde is veroordeeld om op straffe van verbeurte van een dwangsom spullen aan appellante af te geven. Na het veroordelend vonnis wordt ten laste van appellante onder geïntimeerde derdenbeslag gelegd. Appellante stelt dat dwangsommen zijn verbeurd. Anders dan de voorzieningenrechter is het hof van oordeel dat dwangsommen zijn verbeurd. Het beroep van geïntimeerde op onmogelijkheid van nakoming, vanwege het gelegde derdenbeslag, wordt verworpen. Niet de executierechter, maar de dwangsomrechter is bevoegd om de dwangsom op te heffen of op te schorten vanwege onmogelijkheid. Geïntimeerde heeft zich echter niet tot de dwangsomrechter gewend.”
Advocaten
- G. van Rijssen
- H. de Hek
- K.M. Felt
- R. Skála
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
