ECLI:NL:GHARL:2016:3413
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 26-04-2016 · zaaknummer 200.165.935
Inhoudsindicatie
Vast is komen te staan dat het de bestuurders van de vennootschap reeds bij de opdracht tot betaling aan hun moeder duidelijk was dat een faillissement van de vennootschap onafwendbaar was. Door een schuld van een naast familielid te voldoen, waarvoor afgezien van de opeisbaarheid geen grond is aangevoerd, terwijl niet is gesteld of gebleken dat de vennootschap voor haar verdere exploitatie (in bijzondere mate) van die schuldeiser afhankelijk was, terwijl vele andere schuldeisers onbetaald bleven, hebben de bestuurders van de vennootschap jegens haar c.q. haar gezamenlijke schuldeisers zodanig onrechtmatig gehandeld dat hen ter zake persoonlijk een ernstig verwijt treft.
Advocaten
- H.C.M. van Haastert
- P.A.J.M. Lodestijn
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
