ECLI:NL:GHARL:2016:2877
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12-04-2016 · zaaknummer 200.149.715/01
Inhoudsindicatie
Payroll overeenkomst. Ontbinding arbeidsovereenkomst door de payrollwerkgever met de payroll werknemer. In de overeenkomst tussen de payrollwerkgever en de materiële werkgever is bepaald dat de kosten van een ontslagprocedure voor rekening van laatstgenoemde zijn. De payrollwerkgever wil de kosten van het ontslag (waaronder de toegekende ontbindingsvergoeding) verhalen op de materiële werkgever. Die voert echter aan dat dat de payrollwerkgever zich niet heeft gehouden aan haar instructie om de werknemer op staande voet te ontslaan, ondanks dat daar voldoende grond voor bestond. Bij een ontslag op staande voet zouden de onderhavige kosten niet zijn gemaakt, zodat die het gevolg zijn van het eigen tekortschieten van de payrollwerkgever, aldus de materiële werkgever. Het hof oordeelt dat de payrollwerkgever op goede grond de inschatting heeft kunnen maken dat een ontslag op staande voet geen stand zou houden en alleen maar tot nog hogere kosten zou leiden. Als de payrollwerkgever al gehouden zou zijn geweest om de instructie van de materiële werkgever tot het geven van ontslag op staande voet op te volgen, heeft de materiële werkgever van dat tekortschieten derhalve geen nadelige gevolgen ondervonden en ontheft dat haar niet van haar verplichting om aan de payrollwerkgever de kosten verbonden aan het ontslag te vergoeden.
Advocaten
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
