ECLI:NL:GHARL:2016:2626
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 16-02-2016 · zaaknummer 200.163.277-01
Inhoudsindicatie
De bank heeft een krediet onder de vestiging van de gebruikelijke hypothecaire zekerheid krediet verstrekt aan de koper van een recht van opstal op een woonhuis. De verkoper van het recht van opstal is een woningcorporatie die in de akte waarbij het recht van opstal is gevestigd een terugkoopregeling heeft opgenomen onder meer voor het geval de koper niet voldoet aan zijn verplichtingen jegens de bank en deze tot executie wil overgaan. De koper moet in dat geval het recht van opstal aanbieden aan de woningcorporatie die een qua prijs (voor de koper gunstige) terugkoopverplichting heeft. De bank beroept zich op deze terugkoopregeling in de contractuele verhouding tussen koper en woningcorporatie en de beschouwt de regeling als een derdenbeding (mede) ten gunste van de bank. De rechtbank wijst de vordering van de bank af maar het hof wijst deze toe. Een derdenbeding hoeft, aldus het hof, niet uitdrukkelijk te zijn tot stand gebracht of zelfs niet te zijn beoogd. De aanvaarding van het derdenbeding door de bank ligt, aldus het hof, besloten in de vordering die de bank in de onderhavige procedure heeft ingesteld.
Advocaten
- T.A. Vermeulen
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
