ECLI:NL:GHARL:2016:2479
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 29-03-2016 · zaaknummer 200.180.585
Inhoudsindicatie
Bij brief van 21 mei 2015 heeft de advocaat van appellant verzocht uitvoering te geven aan de verkoop en overdracht van haar aandeel in de percelen, hetgeen geintimeerde 1 heeft geweigerd. Cambridge heeft vervolgens geintimeerde 1 en geintimeerde 2 in kort geding gedagvaard teneinde (samengevat) te bewerkstelligen dat geintimeerde 1 en 2 ertoe worden veroordeeld mee te werken aan de levering van het aandeel van geintimeerde 1 in de percelen, dan wel dat zij worden veroordeeld tot voortzetting van de onderhandelingen daarover. De vorderingen van Cambridge zijn door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag afgewezen bij vonnis van 6 augustus 2015, omdat - kort gezegd - niet aannemelijk is dat tussen Cambridge en geintimeerde 1 een overeenkomst bestaat, dan wel dat tussen die partijen is onderhandeld.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
