ECLI:NL:GHARL:2015:911
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10-02-2015 · zaaknummer 200.125.151-01
Inhoudsindicatie
Opleveringsgebrek na toepassing wegbreekrecht? Artikel 7:224 BW, tweede lid, mist ingevolge artikel 208 sub b van de Overgangswet NBW toepassing op huurovereenkomsten die voor de inwerkingtreding van het nieuwe huurrecht per 1 augustus 2003 zijn gesloten. In plaats daarvan gelden de artikelen 7:A 1598 en 1599 BW (oud), die bepalen dat de huurder het gehuurde weer in de staat van de beschrijving voorafgaande aan de huurovereenkomst dient op te leveren, met uitzondering van de gevolgen van veroudering of onvermijdelijke toevallen. Als geen beschrijving is opgemaakt wordt, behoudens tegenbewijs, verondersteld dat de huurder het gehuurde in goede staat heeft ontvangen. De bewijslast dat de huurder zijn teruggave- en opleveringsplicht niet is nagekomen, berust bij de verhuurder, dus in dit geval bij Hofman, zulks overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Rv. Hij dient gemotiveerd te stellen, en zo nodig te bewijzen, dat het gehuurde niet in de oorspronkelijke staat is opgeleverd (artikel 7:216 BW, eerste lid). De omstandigheid dat ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst geen beschrijving is opgenomen van de toestand van het gehuurde, betekent niet dat daarmee vaststaat dat het gehuurde bij aanvang daarvan door de verhuurder niet als casco maar als compleet kantoorpand ter beschikking was gesteld. Huurder heeft voldoende tegenbewijs geleverd dat een groot aantal voorzieningen ontbraken. Volgt bespreking van de gestelde oplevergebreken.
Advocaten
- A.C.F. Mank-Zwerver
- E.T. van Dalen
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
