ECLI:NL:GHARL:2015:8160
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 19-10-2015 · zaaknummer 200.176.275
Inhoudsindicatie
Goede trouw niet aannemelijk gemaakt nu het hof moet uitgaan van de juistheid van een onherroepelijk geworden (verstek)vonnis, waarin voor recht is verklaard dat de schuldenaar onrechtmatig heeft gehandeld jegens een aantal schuldeisers en tevens hoofdelijk is veroordeeld tot betaling van de vorderingen van deze schuldeisers. Dat de schuldenaar uit financiële onmacht de door schuldeisers aangevoerde stellingen niet in rechte heeft betwist, doet niet af aan het feit dat het hof dient uit te gaan van de juistheid van voormeld vonnis en de gronden waarop het berust. Geen toepassing van de hardheidsclausule. De schulden vinden hun oorzaak in het mislukken van het plan van de schuldenaar om samen met een ander een renderend investeringsfonds op te richten. Uit feit dat de schuldenaar deze onderneming heeft gestaakt en geen contact meer heeft met die ander volgt niet dat de schuldenaar greep heeft gekregen op de omstandigheden die hem in financiële moeilijkheden hebben gebracht en dat sprake is van een (persoonlijke) ontwikkeling als bedoeld in de wetsgeschiedenis van art. 288 lid 3 Fw.
Advocaten
- J. Hagers
- L.J. Speijdel
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
