ECLI:NL:GHARL:2015:7944
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20-10-2015 · zaaknummer 200.130.809/01
Inhoudsindicatie
De zaak appellant/geïntimeerde c.s. – uitspraak 13 oktober 2015 - gaat over een vordering die uit drie delen bestaat: € 50.000 wordt teruggevorderd ter ongedaan making na van een samenwerkingsovereenkomst, uit hoofde waarvan oorspronkelijk eiser dat bedrag als investering in een BV had overgemaakt, alsmede US$ 40.000, omdat een schuld van diezelfde BV ter hoogte van dat bedrag door oorspronkelijk eiser is betaald. Deze vorderingen zijn in eerste aanleg terecht afgewezen, en zullen in hoger beroep opnieuw worden afgewezen omdat oorspronkelijk verweerder zich met succes op verrekening heeft beroepen. Het derde bedrag, € 32.000, betreft volgens oorspronkelijk eiser een schuld uit geldlening, waarvan het bestaan gemotiveerd is betwist. Er is een akte overgelegd, die is ondertekend door de oorspronkelijk verweerder, maar daarin staat geen goedschrift, zodat er geen dwingend bewijs is geleverd. Het hof stelt de oorspronkelijk eiser ambtshalve in staat tot bewijslevering ter zake van het tot stand komen van de gestelde lening.
Advocaten
- E. El-Sharkawi
- L.F. Jagtenberg
- S. Bhulai
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
