ECLI:NL:GHARL:2015:7942
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20-10-2015 · zaaknummer 200.113.241/01
Inhoudsindicatie
Werkgever spreekt oud-werknemer (voormalig algemeen-directeur) aan voor schade, in eerste aanleg begroot op circa € 685.000,-, die de werkgever stelt te hebben geleden doordat de voormalig algemeen-directeur leiding heeft gegeven aan een constructie, waarbij ten behoeve van hemzelf en bevriende relaties gelden uit het vermogen van de werkgever werden onttrokken. Aan de vordering heeft de werkgever ten grondslag gelegd dat de voormalig algemeen-directeur met opzet, althans bewust roekeloos, toerekenbaar tekort is geschoten in zijn verplichtingen als werknemer, althans dat hij onrechtmatig jegens de werkgever heeft gehandeld. De kantonrechter heeft de werkgever niet-ontvankelijk verklaard, omdat de werkgever door een fusie tot stand is gekomen, de arbeidsovereenkomst met de voormalig algemeen directeur voor de fusie was geëindigd en niet is gebleken dat de vordering op de voormalig algemeen-directeur in het vermogen van de gefuseerde werkgever was gekomen. In hoger beroep slaagt de grief tegen het oordeel van de kantonrechter dat van een fusie sprake is geweest. De werkgever wordt ontvankelijk in zijn vordering geacht. Het hof is van oordeel dat een werknemer zich in beginsel niet als goed werknemer gedraagt indien hij zonder daartoe instructie te hebben ontvangen, althans zonder daarvan zijn werkgever in kennis te stellen, handelingen verricht in het kader van, althans leiding geeft aan, een met de Wet op de Expertisecentra en het daarop gegronde Rechtspositiebesluit, strijdige financiële constructie. Het hof gaat in het bijzonder na of de werkgever schade heeft geleden. Het deel van de vordering dat ziet op de financiële constructie om het bovenmatige deel van het salaris van de voormalig algemeen-directeur van de minister van OCW vergoed te krijgen, levert ten opzichte van de werkgever geen schade op nu de werkgever met de voormalig algemeen-directeur dat bovenmatig salaris was overeengekomen en ook zonder de vergoeding van OCW gehouden was dat bovenmatig salaris aan de voormalig algemeen-directeur te betalen. Voor het overige deel van de vordering acht het hof zich over de schade onvoldoende voorgelicht en wordt aan de werkgever nadere inlichtingen gevraagd. Voorts rust op de werkgever de bewijslast dat de voormalig algemeen-directeur met opzet, althans bewust roekeloos, heeft gehandeld. Het hof zal eerst beslissen of de werkgever bewijs heeft te leveren als de nadere informatie over de schade is verstrekt. Ten onrechte is de vermindering van eis niet in kop van de memorie van grieven verwerkt. Verholen grief. Werkgever niet-ontvankelijk tegen herstelvonnis waartegen geen grieven zijn gericht. Weging in de bewijslevering van nog niet onherroepelijk strafvonnis, waarin de algemeen directeur is veroordeeld tot gevangenisstraf wegens medeplegen van oplichting van het ministerie van OCW en valsheid in geschrifte. Geen eigen schuld van de werkgever.
Advocaten
- C.M. Thoa
- H.A. Schenke
- K. Rutten
- P.J.L.R. Passel
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
