ECLI:NL:GHARL:2015:7246
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 28-09-2015 · zaaknummer WAHV 200.140.365
Inhoudsindicatie
7:18, vierde lid, Awb. Toezending van op de zaak betrekking hebbende stukken. Beroepsgronden. De betrokkene vroeg de officier van justitie tweemaal om de “onderliggende stukken” en een termijn voor het aanvoeren van gronden. De betrokkene kan niet anders hebben bedoeld dan “de op de zaak betrekking hebbende stukken” als bedoeld in 7:18, vierde lid, Awb. Het gaat daarbij om stukken die nodig zijn om een boete op basis daarvan aan te vechten. De officier van justitie heeft er niet voor gezorgd dat de betrokkene het zaakoverzicht kreeg teneinde de grond van het beroep aan te kunnen voeren. De officier van justitie heeft niet gehandeld in overeenstemming met 7:18, vierde lid, Awb en heeft het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
