ECLI:NL:GHARL:2015:4392
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 16-06-2015 · zaaknummer 200.167.475-01
Inhoudsindicatie
Kort geding. Werkgever ontslaat werknemer op staande voet, omdat hij gedurende ruim een half jaar de inkomsten van 2 broden per week niet aan de werkgever heeft afgedragen. Werknemer start bodemprocedure en vordert gelijktijdig bij voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv toelating tot het werk en doorbetaling van het loon. Van het afwijzend vonnis in het incident komt de werknemer in hoger beroep. Na ambtshalve spoedeisend belang te hebben getoetst en de maatstaf in kort geding voor beoordeling van het ontslag op staande voet te hebben weergegeven bekrachtigt het hof het vonnis. De werkgever heeft met een schriftelijke verklaring van derden onderbouwd dat de werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal, althans verduistering van aan de werkgever toekomend geld hetgeen in het licht van artikel 7:678 lid 2 sub d BW een ernstig verwijt is. Na afweging van de persoonlijke omstandigheden van de werknemer en de overige omstandigheden van het geval acht het hof niet zozeer waarschijnlijk dat de bodemrechter het ontslag op staande voet nietig zal verklaren.
Advocaten
- J.F. Veenstra
- R. Grijpstra
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
