ECLI:NL:GHARL:2015:3910
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 02-06-2015 · zaaknummer 200.151.210
Inhoudsindicatie
Vordering van een vennootschap tot opheffing executoriaal beslag op auto die in gebruik is bij de (indirect) bestuurder. Bij de beoordeling van de vordering tot opheffing van het beslag gaat het erom of, voorshands, voldoende aannemelijk is dat de auto waarop beslag is gelegd aan een ander dan de geëxecuteerde toebehoort en of eiseres daarop een recht geldend kan maken dat de executant moet eerbiedigen. Aan de strekking van art. 438 lid 5 (dagvaarding executant én geëxecuteerde) is voldaan indien de geëxecuteerde de (indirect) bestuurder is van eiseres en deze bestuurder namens eiseres optreedt. Gefailleerde moedervennootschap die bestuurder is van een dochtervennootschap blijft bevoegd om het bestuur van de dochter uit te oefenen.
Advocaten
- B.J. Schadd
- J. van Haar
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
