ECLI:NL:GHARL:2015:346
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20-01-2015 · zaaknummer 200.137.371-01
Inhoudsindicatie
Verhuurder en huurder hebben al enige jaren geschillen over met name de afrekening servicekosten waarover verschillende procedures zijn gevoerd. De kantonrechter stelt de betalingsachterstand vast en ontbindt de huurovereenkomst voorwaardelijk. Binnen de gestelde termijn van een maand voldoet de huurder de betalingsachterstand. In hoger beroep klaagt de verhuurder erover dat de kantonrechter ten onrechte de huurovereenkomst voorwaardelijk heeft ontbonden, omdat in de omstandigheden van het geval een onvoorwaardelijke veroordeling op zijn plaats was. Na de omvang van het hoger beroep te hebben vastgesteld, stelt het hof voorop dat artikel 7:280 BW aan de rechter een grote vrijheid toekent al dan niet de zogeheten terme de grâce toe te passen. Op goede gronden heeft de kantonrechter in de omstandigheden van het geval de terme de grâce gegeven, zodat de daartegen gerichte grief wordt verworpen. De bij pleidooi in hoger beroep gedane wijziging van de grondslag wordt niet toegestaan. Vanwege nodeloos pleidooi is de hoogte van het salaris van de advocaat in de proceskosten veroordeling beperkt.
Advocaten
- J.M. Bakx-van den Akker
- L. van Eck Rasmussen
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
