ECLI:NL:GHARL:2015:2690
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14-04-2015 · zaaknummer 200.161.188-01
Inhoudsindicatie
Werknemer is via uitzendbureau bij een derde gedetacheerd. Na circa 4 jaar wil de derde geen gebruik meer maken van de inzet van de werknemer. Werknemer dagvaardt derde in kort geding en vordert wedertewerkstelling bij die derde en een voorschot op de schadevergoeding. Het hof kwalificeert de arbeidsovereenkomst als een uitzendovereenkomst ex artikel 7:690 BW. Hierdoor is er alleen een (speciale) arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en het uitzendbureau en is er geen arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de derde. Er is niet gebleken dat van een schijnconstructie sprake is. In de rechtsverhouding tot die derde kan de werknemer bij de beëindiging van de inzet jegens de derde niet de rechtsbescherming claimen die de werknemer op grond van een arbeidsovereenkomst tegenover de werkgever heeft. Voorts heeft de derde met de beëindiging van de inzet van de werknemer niet onrechtmatig gehandeld. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.
Advocaten
- B. van Dijk
- G. Ham
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
